Kniebanden

Kniebanden zijn de ligamenten in de knieën die de bovenbeen en de onderbeen aan elkaar koppelen. Kniebraces en kniebandages worden ook vaak kniebanden genoemd.

Er zijn 2 paar kniebanden, de collaterale ligamenten (deze zitten rond de zijkanten van het kniegewricht) en de kruisbanden (deze zitten in het gewricht). Kniebanden zijn dikke vezelige ‘touwtjes’. De taak van kniebanden is om het lichaam stabiliteit te bieden door de botten van de benen bij elkaar te houden, en om de beweging in goede banen te leiden.

Kniebanden raken vaak beschadigd door plotselinge (draaiende) bewegingen of een wanneer de knie een flinke klap krijgt, bijvoorbeeld bij een val of bij (contact)sport. Wanneer de kniebanden beschadigd raken, kan de knie veel pijn doen. De knie voelt zwak en instabiel. Als dit gebeurt, kan het dragen van een kniebrace helpen. In ernstige gevallen kan een operatie nodig zijn.

Het kniegewricht

Het kniegewricht bestaat uit 3 botten, de femur (dijbeen), tibia (scheenbeen) en de patella (knieschijf). De kniebanden houden deze botten bij elkaar en zorgen ervoor dat de knie op zo een manier beweegt dat het stabiel wordt gehouden om letsel te voorkomen.

De verschillende kniebanden

Hier zullen we kijken naar de verschillende kniebanden, hoe ze werken en wat er precies gebeurt in het geval dat ze beschadigd raken.

Collaterale ligamenten

Deze kniebanden zijn te vinden aan de weerszijden van het kniegewricht. Deze kniebanden zijn verantwoordelijk voor het verstrekken van zijdelingse stabiliteit door de botten bij elkaar te houden. Er zijn 2 collaterale ligamenten, de mediale en de laterale.

1) Mediale collaterale ligament (MCL)

De mediale collaterale ligament wordt gevonden aan de mediale (binnenste) deel van de knie. Het is een brede platte ligament van ongeveer 10cm. lang. Deze knieband is verbonden aan het dijbeen en het scheenbeen. Het is bestand tegen de krachten van de buitenkant van het been (bekend als valgus krachten). Als de MCL beschadigd raakt, veroorzaakt het pijn aan de binnenkant van het knie gewricht – bezoek het MCL blessure pagina voor meer informatie, waaronder de behandeling opties.

2) Laterale collaterale ligament (LCL)

De laterale collaterale ligament zit aan de buitenkant van de knie, en is verbonden aan de femur en de fibula. Het is veel korter dan de MCL. Het is bestand tegen de krachten van de binnenkant van de knie (bekend als varus krachten). Het is minder gebruikelijk om de LCL te blesseren dan de MCL.

Kruisbanden

Dit zijn de belangrijkste kniebanden wat betreft de stabiliteit van de knie. Er zijn twee kruisbanden, een voorste (de ACL) en een achterste (de PCL). Ze zitten diep in het midden van het knie gewricht en zijn verbonden aan het scheenbeen en het dijbeen. Ze steken elkaar over, vandaar het woord ‘kruis’ in de naam. Deze kniebanden zijn ongeveer zo dik als een potlood en zeer sterk, met een breeksterkte van ongeveer 60kg.

De ACL is het belangrijkste van de kniebanden voor het verstrekken van stabiliteit.

De taak van ACL kniebanden is om de vooruit / achteruit beweging van het kniegewricht te regelen. Ze zijn ook van belang bij proprioceptie – ofwel de mogelijkheid om subtiele aanpassingen te maken om het evenwicht te kunnen behouden. Elke ligament is ongeveer 2 cm lang. Indien deze kniebanden onder druk 1,7 mm uitrekken (8% van de totale lengte) zal dit leiden tot een volledige scheur van de knieband.

1) Voorste kruisband (VKB)

De voorste kruisband ligt diep in het midden van het kniegewricht. Het maakt de voorzijde van het scheenbeen vast aan de achterkant van het dijbeen. Het voorkomt dat de tibia te ver naar voren schuift en voorbij het femur uitsteekt. Deze kniebanden raken vaak gewond bij sport zoals voetballen en skiën. Voor meer informatie over ACL verwondingen klik op de link.

2) Achterste kruisband (PCL)

De achterste kruisband hecht aan de achterkant van de tibia en aan de voorkant van het dijbeen. Het is korter dan de ACL (ongeveer 3/5 van de lengte), maar is tweemaal zo sterk, en raakt dus niet zo vaak als de ACL beschadigd. Het voorkomt dat de tibia  te ver naar achteren beweegt ten opzichte van het femur.